Hoofdstuk 28 – Onverwacht bezoek

807 woorden

Tijd om te lezen:

3–5 minuten

De volgende weken werkt het klusteam samen met Noa van ‘s morgens vroeg tot ‘s avonds laat. Ze hebben wel klussen bij klanten, maar gaan vervolgens meteen verder aan de nieuwe ruimtes.

Jean Paul legt met de hulp van Lana stroom aan en maakt lichtpunten in beide ruimtes en de gang.


Terwijl ze klussers in de kelder werken, zorgt Marc voor een goede stevige maaltijd. Onverwacht klopt een meisje op de keukendeur. Marc zit aan de keukentafel met een mand aardappelen om te schillen en kijkt verbaasd op.

“Hallo, ik ben Flora,” zegt ze als hij opendoet. Ze draagt een modern broekpak van spijkerstof en het heeft wijde broekspijpen. “Dit is Frits, mijn nieuwe vriend.” Ze geven Marc een hand. “Ik ben de zus van Lana. Is ze thuis?”

Marc is niet verbaasd dat ze familie is van hun joviale huisgenote. Ze lijken sprekend op elkaar. Hij mag haar meteen. Ze ziet er leuk uit en heeft dezelfde spontaniteit als haar zus. De kok biedt hen iets te drinken aan in de keuken en gaat Lana halen.

Lana en Flora omhelzen elkaar als ze de keuken binnenkomt.

“Dat is lang geleden, zusje,” mompelt Lana. Ze lijkt niet zo blij met de komst van haar zusje.

“Sorry dat we onaangekondigd op bezoek komen. Komt het uit?”

“Natuurlijk,” zegt Lana. “Je bent altijd welkom. Je ziet er goed uit.”

“Dank je,” mompelt haar zus blozend. “Jij ook.”

Zij en Flora zijn kinderen van problematisch gescheiden ouders. Na de scheiding raakte hun moeder aan de drank. Hun vader zien ze al heel lang niet meer. Als ze uit school kwamen, moesten ze met haar eigen sleutel de deur openen en stond er nooit een moeder klaar voor een babbel over hoe hun dag was. Ze was altijd op haar kamer, dronken of stoned. Toen school doorkreeg hoe slecht het thuis was, werd hun moeder gedwongen opgenomen en gingen ze bij hun oma wonen. Toen oma stierf, waren ze de enige vastigheid in hun leven kwijt. Ze verlieten school. Lana ging bij mensen klussen doen, meestal huisinterieur schilderen. Soms overnachtte ze in een huis als de eigenaren weg waren. Als dat niet kon, zocht ze een plek bij een vriend, vaak was dat bij Jean Paul. Hij had door hoe verloren ze rondliep en had ook regelmatig werk voor haar, meestal samen met hem.


Flora is de jongste van de tweeling. Ze is negentig seconden na Lana geboren. Na de dood van hun oma werkte ze bij allerlei bazen, maar nooit erg lang. Ze verloor snel haar interesse en ging er dan met de pet naar gooien, waardoor ze werd ontslagen. Langzaam is ze in een twijfelachtig milieu terecht gekomen. Zonder dat ze het in de gaten had, ging ze voor drughandelaars werken. Toen ze erachter kwam voor wie ze pakketten rond bracht, was het te laat, ze kwam er niet meer van los.

Af en toe hebben de zussen elkaar ontmoet in de stad, meestal was dat toevallig. Als ze bij elkaar zijn, komt hun vervelende jeugd en de dood van hun oma, altijd naar boven en dat doet pijn. Ook nu weer. Jean Paul weet alles over hun jeugd en is mee naar boven gekomen om zijn vriendin te steunen.

“Ik wil je voorstellen aan Frits, mijn nieuwe vriend,” zegt Flora. Ze draait zich half naar haar vriend. “Dit is mijn zus Lana.”

Ze begroeten elkaar. Lana stelt Jean Paul voor.

“Hoe hebben jullie elkaar ontmoet?” vraagt hij met een keurende blik op Frits. De zelfbewuste man draagt een gewone grijze spijkerbroek met een T-shirt met een streep op de mouw en een vlot, modern kapsel.

“Oh, op een feest,” zegt Flora snel.

“Ik zag haar voor het eerst op een glamourfeest,” vult haar vriend aan met een brede lach. “Ze zag er zo mooi uit.”

Flora bloost.

Het wordt een redelijk gezellig gesprek, maar de meisjes blijven een beetje afstandelijk naar elkaar. Na de koffie beloven de zussen om elkaar snel weer te zien. De mannen geven een stoere handdruk waarbij hun hand bij de ander aan de elleboog grijpt.

“Ik geloof dat ik hem wel mag,” zegt Lana als ze vertrokken zijn. “En dat zou de eerste keer zijn dat ik haar nieuwste vriend wel sympathiek vind.”

“Dat komt omdat hij een beetje op jou lijkt, Jean Paul,” zegt Marc.

Hij is in de keuken gebleven en doorgegaan met het avondeten, want hij was nieuwsgierig geworden naar het stel.

Verbaasd kijkt het stel hem aan. “Ja, echt waar,” lacht Marc en hij buigt zich weer over de aardappels.

“Hij doet wel vaag over zijn werk,” vult Jean Paul aan. “Manager bij een wasserij, maar hij praat niet over de baas waar hij voor werkt.”

“We komen er nog wel achter. Ik hoop voor Flora dat deze wel deugt en dat ze zich uit die wereld kan terugtrekken.”

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *