Hoofdstuk 34 – Op onderzoek

619 woorden

Tijd om te lezen:

3–4 minuten

De huisgenoten hebben na vandaag nog vier hele dagen om erachter te komen waar Mimi is. Nog vier dagen tot ze het losgeld moeten betalen. Tijdens de maaltijd vertelt Noa dat in de tijd dat hij op straat leefde, hij veel gezien heeft. Dingen die gewoon goed zijn, maar ook dingen die ronduit slecht zijn. Hij vermoedt dat Danni problemen heeft met een drugsbende waar hij in die tijd de activiteiten van in de gaten hield. Ze zijn in zeer korte tijd groot geworden door handige trucs om mensen te chanteren zodat ze blijven werken voor hen. Iemand geeft strakke leiding aan een groep onderbazen, die elk een groep mensen onder zich heeft die het werk voor hen doen. “Alle kans dat Danni bij die bende zit,” besluit hij.

“Misschien Flora ook wel,” oppert Lana met spijt in haar stem.

Noa knikt. “Dat zou kunnen. Het is een zeer uitgebreid netwerk.”

“Op een glamourfeest heeft ze die man leren kennen, misschien hoort Frits er ook wel bij. Er wordt niet op zoveel plaatsen zo’n soort feest gegeven,” oppert Marc.

Lana knikt met neerhangende schouders. “Ze heeft altijd al verkeerde vriendjes gehad. Van deze nieuwste vind ik het jammer, want ik mag hem wel.”

“Ik weet ongeveer waar ik die gasten kan vinden,” zegt Noa. “Ik wil vanavond op onderzoek.”

“Ik ga met je mee,” zegt Marc.

“Ik ook,” zegt Jean Paul, waarop de andere mannen protesteren. Iemand moet bij hun vrouwelijke huisgenoten blijven. Ze willen niet dat er nog iemand wordt ontvoerd, hoewel iedereen weet dat die kans heel klein is.

Na de maaltijd vertrekken Noa en Marc. Beide mannen zijn heel verschillend en ze zullen nooit goede vrienden worden, maar nu zijn ze verenigd door een doel, namelijk Mimi redden.

Midden in de nacht komen ze thuis, terwijl Claire en Lisa gespannen aan de tafel zitten. Lana en Jean Pauls zijn met hun hoofd op hun armen op tafel in slaap gevallen. Abrupt schieten ze wakker als de twee mannen binnenkomen. Het tweetal denkt te weten waar Mimi kan zijn. Morgenochtend, als iedereen in het verdachte hotel nog slaapt, gaat Marc verder op onderzoek, zegt hij en legt verder uit.

“Niemand kent mij, terwijl Noa herkent kan worden door Danni. Ga jij mee Jean Paul?”

“Natuurlijk,” stemt hij blij in. Het was niet leuk om achtergelaten te worden.

Nu protesteert Noa. “Jullie hoeven mijn rotzooi niet op te ruimen.”

“Het is niet jouw rotzooi Noa,” weerlegt Marc. “Het is onze rotzooi en onze Mimi.”

De anderen stemmen in met Marc. “Wij zijn jouw nieuwe gekozen familie,” zegt Claire stellig. De anderen stemmen nu in met haar bewering.

Noa en Marc kijken elkaar schaapachtig aan. Tegen wil en dank mogen ze elkaar toch.

De volgende dag komen Marc en Jean Paul in de loop van de middag thuis met goed nieuws. Ze weten de naam van de eigenaar van het louche hotel en dat hij er nooit is.

Jean Paul kijkt zijn vriendin aan. “We hebben Frits daar gezien, die vriend van je zus. Marc is hem gevolgd tot hij in een wasserij verdween in de Steenstraat.”

“Wat doet hij daar? Zie je wel dat ze weer een verkeerde vriend heeft,” roept Lana teleurgesteld uit.

“Zullen wij samen het hotel gaan onderzoeken?” vraagt Jean Paul.

Zijn vriendin springt op, meteen is de foute keuze van haar zus vergeten. “Jazeker. Graag!”

De anderen lachen door haar enthousiasme.

“Dan ga ik jullie wel vermommen,” zegt Lisa.

“Ja, het is beter als niemand jullie herkent,” vult Claire aan. “En we moeten een verhaal bedenken.”

“Jippie!” roept Lana. Ze springt in de lucht, rent naar de kast en legt de plattegrond van het stad op tafel. “Wat gaan we doen, wanneer en waar?”

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *