Hoofdstuk 39 – Vragen

918 woorden

Tijd om te lezen:

4–6 minuten


JP loopt al wekenlang onrustig rond. Het duurt even voor hij doorheeft waar dat knagende gevoel vandaan komt. Steeds opnieuw eindigt hij bij het stuk grond naast de keuken. Het laat hem niet los: hij is er zeker van dat hij iets over het hoofd heeft gezien tijdens de zoektocht naar de kelder. De afstand tussen de trap naar beneden en het atelier is te groot.

Hij heeft al eens op de muur tussen trap en atelier geklopt, maar de muren zijn zo dik dat hij geen verschil hoort.

’s Nachts schrikt hij soms wakker en ligt dan uren te piekeren. Lana ziet het en wacht geduldig af. Maar op een ochtend, wanneer ze wakker worden en ze zijn vermoeide gezicht ziet, is haar geduld op. Zo kan het niet langer. Ze kijkt hem doordringend aan.

“Waar loop jij mee rond, Jean Paul?” vraagt ze. Ze gebruikt alleen zijn volledige naam wanneer ze zich echt zorgen maakt.

Opeens valt alles op zijn plek. Zijn gezicht klaart op.
“Dat vlakke stuk tussen de keuken en de trap naar de kelder!” roept hij zacht.

Lana fronst. “Wat is daarmee?”

“Daar moet een ruimte onder zitten. Nog een kelder.”

“En… wat wil je daarmee?”

“De keuken is te klein voor ons allemaal. Claire en Marc hebben amper ruimte om te koken. En we hebben meer plek nodig om met z’n allen aan tafel te zitten.”

“Daar heb je een punt,” zegt ze. “Iedereen zou wat meer ruimte fijn vinden.”

Diezelfde dag nog gaat JP op onderzoek uit. Hij ruimt een grote berg stenen op en stuit op een harde, vlakke vloer. Noa, Danni en Frits komen erbij en helpen meteen. De losse stenen stapelen ze op: die komen vast nog van pas. De oude boomstronken zagen ze klein en stapelen ze op om te drogen. Die zijn voor de haard in de werkplaats.

Onder het onkruid tussen de ingestorte muren blijkt een lemen vloer te zitten. JP gaat op zijn knieën om de grond te onderzoeken. Op verschillende plekken graaft hij zo diep mogelijk.

Steeds opnieuw stuit hij op dezelfde harde lemen vloer. In zijn hoofd begint een idee te groeien. Hoe mooi zou het zijn als Frits en Flora hier ook konden komen wonen? Tussen hem en Frits is een bijzondere band ontstaan. Marc had al eens gezegd dat ze op elkaar lijken. En Lana en Flora hebben elkaar hervonden na de ontvoering van Mimi; ook zij willen meer tijd samen doorbrengen.

Halverwege de middag komt Frits – zijn nieuwe grote vriend – met een dienblad koffie uit de keuken.

“Dat hebben we wel verdiend,” grijnst hij.
Noa bromt instemmend.

Die avond, na het zware werk, zitten JP en Frits naast elkaar aan tafel. Lisa, die tegenover hen zit, kijkt op en schrikt van de gelijkenis.

“Wat lijken jullie veel op elkaar!” roept ze uit.

“Dat vond ik nou ook al,” zegt Marc.

Lisa richt zich tot JP. “Van jou weet ik dat je een vrij gewone jeugd hebt gehad. Je hebt een jongere broer en zus, toch? Die wonen nog steeds in het noorden. Je ziet ze niet vaak.”
JP knikt.

Dan kijkt ze naar Frits. “Heb jij familie?”

Frits glimlacht. “Mijn ouders wonen in het westen. Ik heb geen broers of zussen, maar ik heb een fijne jeugd gehad. Ik ga regelmatig bij hen langs. Als ik kom, bakt mijn moeder altijd appeltaart, omdat ze weet dat ik daar dol op ben.” Zijn ogen stralen.

“En jullie hebben nooit in dezelfde plaats gewoond? Nooit overlappende scholen of werk gehad?”
Beiden schudden hun hoofd.

“Ik heb jullie gelijkenis ook gezien,” zegt Mimi dan. “En ik heb online gelezen over DNA-onderzoek.”

Verrast kijken de mannen haar aan.

“De resultaten zijn heel betrouwbaar,” gaat ze verder. “Het is duur, maar we kunnen het betalen, nu we alles weer terug hebben. Dankzij jou.” Ze werpt Frits een warme blik toe.

JP en Frits kijken elkaar aan.
“Ik zou niet weten hoe het mogelijk is dat we familie zijn,” zegt JP. “Maar… willen we het weten?”

“Ik wel,” antwoordt Frits zonder aarzelen. “Ik weet niet wat er gebeurd kan zijn, maar het voelt alsof ik telkens in een spiegel kijk als ik jou zie. En als ik bij je ben, voelt het… completer. Ja, ik wil het weten.”

Lisa leunt achterover en zucht. “Het is wel mogelijk dat je dingen oprakelt. Denken jullie dat jullie – en jullie ouders – dat aankunnen?”

JP knikt langzaam. “Mijn moeder heeft altijd met depressies geworsteld, maar mijn vader vangt haar goed op.”

“Dan bestel ik de tests,” besluit Mimi. Ze staat op, maar draait zich in de deuropening nog om. “Ze komen binnen een week binnen. Daarna duurt het nog een paar weken voor we de uitslag hebben.”

Lisa kijkt de mannen aan. “Misschien is het verstandig om bij jullie ouders langs te gaan. Vragen naar vroeger.”

JP richt zich tot Frits. “Zullen we bij mijn ouders beginnen? Ik weet niet hoe mijn moeder gaat reageren.”

“Prima,” zegt Frits.

JP pakt zijn telefoon en loopt de keuken uit.

Ondertussen vertelt Danni dat het lastig is om werk te vinden. Claire en Frits beloven mee uit te kijken.

Even later komt JP terug. “We kunnen eind volgende week bij ze langs. Ik heb verteld dat ik mijn vriendin meeneem. Ze zijn heel benieuwd naar jou.” Hij kijkt Lana liefdevol aan.

“Ik ben ook nieuwsgierig naar je ouders,” glimlacht ze, en slaat haar armen om hem heen. “Als ze ook maar een beetje op jou lijken, hou ik nu al van ze.”

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *