Beeldverhalen over de drukke, avontuurlijke levens van mijn Barbie- en Ken-poppen, hun vrienden en kennissen.
Het leven is nooit saai!
Hoofdstuk 41 – Duidelijk verhaal
Tijd om te lezen:

“Ik snap er niks van,” zegt JP voor de zoveelste keer.
Het gezelschap zit verslagen in de huiskamer van de suite die ze hebben gehuurd. Ze hangen onderuit in de banken. Lana houdt haar partner stevig tegen zich aan, haar armen beschermend om hem heen.
Frits doorbreekt de stilte. “Ik vind het sneu voor je dat je eerst met goed nieuws komt en er dan wordt uitgegooid. Ik hoop echt dat het nog goed komt.”
JP kijkt bedenkelijk voor zich uit, maar Lana weet wel beter.
“Je moeder is dol op jou,” zegt ze. “Als dit eenmaal gezakt is en ze wat kalmer is, neemt ze contact met je op, dat weet ik zeker.”

“Ik hoop dat je gelijk krijgt,” mompelt JP. “Ik hoop alleen dat ze zich niet laat tegenhouden door het gedrag van mijn vader. Hij is de laatste jaren zo veranderd.”
“Ik denk dat Bernard zich schaamt,” zegt Lana peinzend. “Omdat hij je moeder zo snel weer zwanger heeft gemaakt
Verbaasd kijkt JP haar aan. “Daar zou je wel eens gelijk in kunnen hebben.”
“Dat verklaart ook waarom je vader zo veranderd is,” vervolgt Lana. “Hij zag steeds hoe het gemis haar langzaam brak.”
“Ja,” mompelt JP tegen haar schouder. “Dat zal het zijn.” Zijn schouders schokken even.
Om de aandacht af te leiden vraagt Flora aan Frits: “Heb je gezien hoe Elise naar jou keek?”
Haar vriend knikt. “Ze is heel nieuwsgierig naar me.”
“Ze is gek op je,” corrigeert Flora. “En dat haar vader ook politieagent was, vind ik toch wel verrassend.”
Lana aait zacht over het gebogen hoofd van haar vriend. “We hebben antwoorden nodig. Nu weten we nog niet precies wat er gebeurd is.” Ze denkt even na. “Ik moet wel toegeven dat ze anders zijn dan ik verwacht had.”

“We kunnen morgen pas bij mijn ouders terecht,” zegt Frits. “Laten we vanmiddag iets leuks gaan doen om onze gedachten te verzetten. Morgen staan we vroeg op en gaan naar het westen.”
“Zullen we naar het kasteel gaan dat ik boven op de berg heb gezien?” stelt Lana voor.
Iedereen stemt in.
Het viertal staat vroeg op en vertrekt richting het westen. Tegen de middag komen ze aan. Frits belt aan; Flora staat naast hem. JP en Lana staan deze keer om de hoek van het huis.

Frits stelt Flora voor en ze krijgt van beide ouders een stevige knuffel. Aan de deur vertelt hij in het kort waarom ze zijn gekomen en wat er de dag ervoor is gebeurd.
“Is Jean Paul hier ook?” roept Sophie uit. Na een blije knik van haar zoon wringt ze zich tussen hem en Flora door en rent de hoek om. “Oh mijn jongen,” roept ze als ze hem ziet. Ze omhelst de broer van haar zoon met zoveel warmte dat JP zijn hart voelt smelten voor deze lieve vrouw. Tegelijk voelt hij het verdriet scherp om zijn eigen ouders. Ook Lana wordt ook liefdevol omhelst, waarna Sophie hen bijna naar binnen trekt.

“Wat toevallig dat jullie ook tweelingen zijn,” zegt Frank als ze in de kleine keuken zitten en hij de meiden aandachtig bekijkt. Op de hoge tafel staan koffie, thee en zelfgemaakte appeltaart. De ontvangst hier is merkbaar warmer dan bij de ouders van JP.
“Ik zie dat je een roze taartje en donuts hebt gemaakt,” de ogen van Frits twinkelen bij de herinneringen.

“Dat heb ik vanmorgen speciaal voor je gemaakt,” zegt Sophie terwijl ze haar zoon aankijkt. Daarna richt ze zich tot JP en Lana. “Alleen wist ik niet dat jullie ook mee zouden komen. Gelukkig maak ik altijd teveel.” Ze knijpt bemoedigend in JP’s hand. “Ik ben blij dat jullie hier zijn. Nu kunnen we eindelijk de waarheid vertellen.”
“Het is een ongeloofwaardig verhaal,” zegt Frank hoofdschuddend. “Ik snap niet dat dit nooit eerder is uitgekomen.”
Daarna vertellen ze, met kleine nuances, hetzelfde verhaal als de ouders van JP.
“Elise en ik waren zo gelukkig in onze zwangerschap,” zegt Sophie. “We maakten zelfs grappen over samen bevallen, maar dat liep anders. Ik was bij bevalling van jullie en daardoor zag ik heel erg op tegen die van mij.” Tranen vullen haar ogen. “Mijn zoontje was zo mooi.”

Frank neemt het woord over en legt troostend een hand op haar schouder.
“Elise had het zwaar. Ze was depressief en voelde zich niet begrepen door Bernard. Ze besloten dat Sophie een van jullie zou overnemen om te zogen. Dat gaf haar lucht. Mijn vrouw knapte weer op en voor Elise werd het iets draaglijker, maar ze bleef zwak. Daarom bleef Frits bij ons.”
“Na veertien maanden kreeg Elise weer een zoon. Ze stortte opnieuw in, dus bleef je langer bij ons,” gaat Sophie verder. “In Jullie eerste levensjaren waren zoveel mogelijk samen. Meestal was Jean Paul bij ons, omdat het anders teveel voor Elise was. Op een middag heb ik met haar gepraat bij jullie in de keuken. Ik vroeg waarom ze zo snel alweer zwanger was. Ze mompelde iets over Bernard, maar was vaag. Toen Bernard thuiskwam heb ik hem aangesproken. Ik weet dat het niet mijn plaats, maar ik had het zo te doen mijn vriendin.” Ze is even stil bij de herinnering.

“Het was niet goed voor Elise om nog meer kinderen te krijgen,” vult Frank aan. “Dat had de dokter tegen haar gezegd na de bevalling. Het kwam erop neer dat Bernard en Sophie ruzie kregen en dat hij had haar er bijna uitgegooide. Elise kwam voor haar op en uiteindelijk werd de ruzie gesust.”
“Achttien maanden later kreeg ze weer een kind, je zusje,” zegt Sophie zacht. “Elise is bijna gestorven bij de bevalling. Ik heb daar zo’n ruzie over gekregen met Bernard dat het niet meer te herstellen was. We zijn zo snel mogelijk verhuisd. Jullie zaten inmiddels samen op school en het was hartverscheurend om jullie uit elkaar te halen, maar we hebben je toch meegenomen. Je noemde ons papa en mama; je wist niet beter.”

“We hebben daarna nooit meer iets van Elise en Bernard gehoord,” voegt Frank eraan toe. “En wij hebben ook geen contact met hen gezocht uit angst dat ze Frits van ons zouden afnemen.”
“Het bleef altijd aan me knagen,” zegt Sophie. Dat ik mijn beste vriendin verloor en haar kind meenam. Maar ik geloof nog steeds dat het beter was voor jou om bij ons te blijven.” Ze kijkt JP aan. “Het liefst had ik jou ook meegenomen, zodat jullie samen waren gebleven.”
“Ik kan me hier niks meer van herinneren,” zegt JP bedenkelijk. Hij kijkt zijn broer aan. “Jij?”
Frits schudt zijn hoofd.
“Ik wist dat mijn vader veranderd was, maar niet dat hij zo bazig was,” gaat JP verder. “Tegen mij was hij heel anders, maar nu is hij toch echt onaangenaam geworden.”
“Dat is logisch,” zegt Frank. “Je was jong en had een heel andere relatie met hem dan je moeder had.”

Frits staat op van zijn stoel. “Hé broer, kom eens jongen, ik wil je een knuffel geven.”
JP kijkt hem verrast aan, staat op en omarmt zijn tweelingbroer. Lana en Flora geven hen een enthousiast applaus.
Na een fijne middag en heerlijk eten neemt het jonge gezelschap afscheid en beloven het door te geven als de uitslag binnen is. In het donker reizen ze direct door naar huis, popelend om het verhaal aan hun huisgenoten te vertellen.

